Amerika heeft vijftien maal zoveel inwoners als Nederland. Dat betekent niet alleen dat Amerika van alles meer heeft; er valt ook uit af te leiden dat het in bijna alles beter is. Want, als het talent ongeveer gelijk gespreid is over de volkeren - en dat schijnt zo te zijn -dan zijn er in Amerika vijftien keer zoveel getalenteerden. Stel: één op de honderdduizend mensen is uitzonderlijk begaafd in enig opzicht. Nederland zou dan 130 wonderwezens hebben. Zeg dat die elk schitteren op een ander gebied van menselijk kunnen. Dan evenaart Amerika Nederland in al die gebieden door 130 uitzonderlijk begaafden erop los te laten. Het houdt dan nog achttienhonderd wonderwezens over voor alle andere terreinen waarin het uit wil blinken, óf, als reserves op die terreinen waarop Nederland nog concurreert.

Het is als met twee piramides, de één opgetrokken uit tweehonderd miljoen stenen - zoveel mensen als er in Amerika zijn - de ander gebouwd van dertien miljoen - overeenkomstig Nederlands bevolking: Op elke hoogte is dan Amerika's piramide breder en de top rijst ver uit boven de Nederlandse. Uiteraard heeft Amerika ook meer imbecielen en zwakzinnigen dan Nederland; onder de talentpiramide laat zich een omgekeerde piramide van wantalent denken. En opnieuw: vast en zeker is de grootste idioot een Amerikaan. Maar de zwakken trekken een land niet zozeer omlaag als de sterken het omhoogstoten.

Conclusie: Amerika is niet alleen groter, maar ook beter. Deze zelfde redenering zou opgaan voor Europa, als het één gemeenschap was en alle bevolkingen bij elkaar konden worden opgeteld. Maar zolang het verschillende landen betreft, door taal nog meer gescheiden dan door grenzen, houden ze hun natuurlijk nadeel. En dat nadeel steekt niet alleen maar in theorie of in het getallengrapje. West-Europa raakt in de praktijk snel achterop in allerlei gebieden van wetenschap en techniek. Een mooie index: In 1962 betaalde Europa vijf keer zoveel patentrecht voor het gebruik van Amerikaanse uitvindingen als Amerika uitgaf aan Europese patenten. Sindsdien is de balans nog veel verder in die richting doorgeslagen.

Niets aan te doen, een kwestie van getalsverhoudingen, zou nu de afdoener kunnen zijn. Terecht, als het daarbij bleef. Maar er zijn andere gegevens. Amerika laat het niet bij zijn gegeven voordeel. Het spant zich ook veel harder in voor onderzoek en onderwijs. Veertig procent van de kinderen tussen de zeventien en eenentwintig volgt enig voortgezet dagonderwijs. In Nederland, naar mijn schatting, nog geen tien procent. Omdat er in Amerika vijftien keer zoveel kinderen in die leeftijd zijn, is er op elke zestig Amerikaanse studenten één Nederlander die studeert. Nederland kan zijn bevolking niet vertienvoudigen, al hebben we daarvoor in de afgelopen jaren ons uiterste best gedaan. Maar het kan tenminste het onderwijs uitbreiden. Desnoods tienvoudig in twintig jaar. Daarvoor is alle reden.

Nu al investeren Amerikaanse ondernemingen in Europa, brengen zelf hun deskundigen en methodes mee en huren Europees personeel voor het routinewerk. Net als Nederland dat in Afrika doet. Tegelijk krijgt het aanwezige talent in Europa onvoldoende kansen en trekt weg naar de Verenigde Staten, bijvoorbeeld omdat daar vier keer zoveel aan onderzoek wordt uitgegeven als in heel West-Europa bij elkaar. Dit zijn maar getallen. Andere schattingen leveren andere cijfers. Maar de conclusie blijft dezelfde. Van nature heeft Amerika een voorsprong. Maar bovendien en belangrijker: Amerika heeft meer over voor onderwijs en onderzoek. Er heerst in dit land een ontroerend geloof in de macht van kennis.

Leren is vooruitkomen en wie vooruitkomt, krijgt deel aan het goede leven, in meer dan één betekenis. Een geweldige en voortdurende propagandacampagne prest de ouders om hun kinderen te laten doorstuderen en om zelf alsnog te gaan bijleren. Wie ook maar het zout in zijn pap verdient, zal het zich in dit land uit zijn mond sparen om zijn kinderen verder te laten leren. Schoolgeld is de grootste post op het budget van gezinnen met studerende kinderen. De Amerikanen geloven nog steeds in vooruitgang, van de enkeling, van de natie, van de wereld. Maar zij zijn tegelijk bereid de geschiedenis voort te stuwen door grote, vaak persoonlijke, inspanning.

Nederland is daarvoor blijkbaar niet te vinden. Er wordt zelfs bezuinigd op het onderwijs, alsof dat niet hetzelfde is als verspillen van talent. Als een klein land dan niet een wereldmacht in alles evenaren kan, laat het dan proberen op een paar strategische gebieden bij te blijven. Het dodenrijk Holland is te klein, te lelijk en te drassig om ook nog onderontwikkeld gebied te kunnen zijn.