NRC 10 mei 1997

De afgelopen dagen bracht ik door in de Noord-Hollandse duinstreek. Het is een zwaar beschermd gebied, dat bovendien een nieuwe bestemming meegekregen heeft. De natuur moet terug naar de natuur. Dus zet op overheidsbevel de verwildering in. Een uitgestrekte weide is afgegraven en die zandvlakte ligt nu aan de wind ten prooi te wachten tot er stuifduinen ontstaan. Ondertussen mag geen mens het terrein betreden want de geringste voetafdruk kan de verstuiving al een ander, minder natuurlijk, verloop geven.
Van tijd tot tijd doorkruist een bestelauto het reservaat, hoog opgetuigd met antennes die signalen uit het veld opvangen: alle vossen zijn opgepakt, toegerust met kleine zenders en weer losgelaten. Nu kunnen ze vrijelijk hun natuurlijke gang gaan, die ondertussen nauwkeurig elektronisch wordt bijgehouden.

Verwilderingsfase III, die weldra ingaat, zal nog ingrijpender zijn. Niet langer wordt de zee geweerd, de vloed gekeerd, nu zal het water worden binnengehaald. Bij Bergen zal een rij lage duinen worden doorgegraven zodat de zee achter de eerste zandwal de vrije loop krijgt. Zo zullen er slufters ontstaan, duinvalleien die bij hoogtij vollopen en bij laagtij nat en brak blijven.
Het water komt de duinen in. Wie zoiets lezen kan zonder zich zorgen te maken heeft geen besef van tweeduizend jaar strijd tegen het water. De Noordzee is voor Nederland de echte wildernis, zoals het oerwoud, de woestijn of het hooggebergte dat voor andere volkeren zijn. De zee is bevaren, bevist en bevochten, maar nooit helemaal bedwongen. Nog moet elk jaar het strand weer worden opgehoogd, slaan met regelmaat grote stukken duin weg en stijgt alsmaar de zeespiegel. Zomaar ter verfraaiing een duin doorsteken en een stuk land prijsgeven aan de zee, dat is frivool. Dus moet het plan vooral worden uitgevoerd.

Het natuurbeheer is zo zeker van zijn beheersing over de natuur dat het binnen strikte omgrenzing de natuur haar gang durft laten gaan. Het doet denken aan een typering van de moderne gevoelshuishouding door Norbert Elias: 'controlled decontrolling of emotional controls' - het beheerst ontspannen van de emotionele beheersing. Men durft zich best te laten gaan in een huilbui of met een kwade kop, in de zekerheid dat die opwelling niet omslaat in ontroostbare wanhoop of moorddadige drift.

Pal aan de voet van de duinen ligt een landschap dat al even eigentijds maar volstrekt anders beheerd wordt: de bollenvelden. Daaraan is niets ook maar in het minst ontregeld of ontspannen, en als er al iets wordt overgelaten aan de vrije loop dan is dat niet die van de natuur, maar van de markt. Al van veraf blijkt de onderwerping aan een strenge, van buiten opgelegde norm: de feilloze rechthoek van het veld, waarbinnen één enkele kleur mag bloeien en niet één andere variëteit. Die bollenvelden worden intensief bevloeid en met zwaar gif bespoten, de bollen worden door geïmporteerde arbeidskrachten fabrieksmatig gepeld, gepoot en geplukt. Behalve mens of bol is op die velden elke levensvorm onkruid of ongedierte en moet vernietigd worden, alleen de raszuivere tulp mag blijven staan. 

Zo ingekleed is de tulpenkweek totalitair, gewoonweg Hitleriaans, Stalinistisch, Maoïstisch, tot in de voorkeur voor het geometrisch vlak met zijn strikt gescheiden eenkleursblokken, als bij het defilé op de jaarlijkse partijdag. Duinbeheer is daarentegen democratisch, met een vleugje anarchie, liberaal en tolerant, als een buurtvergadering met inspraak.

Maar zo is het niet. De bollenkwekers zijn particulieren die opereren voor eigen rekening en risico. Zij hebben en passant een kunstwerk geschapen. Van heinde en verre komen de mensen met bussen vol naar het wereldwonder van de bloeiende tulpenvelden kijken; bloemen en bollen gaan met grote winst over de hele aardbol. Het duinlandschap wordt beheerd door een monopolistisch nutsbedrijf voor de waterwinning, stevig afgeschermd van de markt en van de publieke opinie, dat er veel geld op moet toeleggen. Zonder dwang en regeling zouden de duinen in de kortste keren verdwijnen, aan de zeekant weggeslagen door de golven, aan de landzijde afgegraven, volgebouwd en vol geplant.

Het duinbeheer weerspiegelt in zijn pretentie en in zijn praktijk veel van de Nederlandse politieke cultuur uit de jaren tachtig. Totalitaire regimes, daarentegen, worden voorgesteld en stellen zichzelf graag voor als een tulpenveld, mathematisch gepland, volstrekt eenvormig en volmaakt efficiënt. De beheersing lijkt er tot het uiterste doorgevoerd. De moderniteit bereikt er haar ultieme fase. 

Maar de grote ontdekking van het totalitair stelsel was een andere: dat de verwildering kan worden opgewekt, ingedamd en toegepast. De nazi's en de bolsjewieken selecteerden bruten en geweldenaars en richtten ze af: ze kweekten hun moordlust verder aan, brachten hun bij wie ze gehoorzamen moesten, van wie ze af moesten blijven en wie ze aan moesten vliegen. In die totalitaire regimes werden zorgvuldig omheinde en verscholen reservaten ingericht waar zij werden losgelaten op de slachtoffers van het bewind. In de burgermaatschappij bleven ze strak aan de lijn en mochten alleen apporteren en tekeer gaan op aanwijzing van hun bazen. 

Zoals tuinders oude, verdwenen variëteiten van cultuurgewassen weten terug te kweken, zo werden onder de totalitaire regimes barbaarse mensentypes gecultiveerd, afgericht en ingezet. Het nationaal socialisme en het stalinisme waren niet zozeer het resultaat van een terugval in het beschavingsproces, of van een 'decivilisatie'; het waren integendeel zeer geregelde en strak beheerste maatschappijvormen. Maar nazisme en bolsjewisme waren ook niet de zuivere belichaming van de moderniteit, of van het civilisatieproces in haar uiterste consequentie; daar waren ze te manisch voor en te destructief. 

Het kenmerk van stalinisme en hitlerisme is dat de verwildering daar voor het eerst georganiseerd werd toegepast binnen een strak beheerst regime.