NRC 15 juni 1996

De meeste mannen die met een vrouw en de meeste vrouwen die met een man getrouwd willen zijn hebben er bezwaar tegen dat een man met een man of een vrouw met een vrouw trouwt.

Ik heb er ook iets tegen. Een tijd geleden kwam ik een belijdende lesbienne tegen die me vrolijk toevertrouwde dat ze die homohuwelijken volslagen flauwekul vond. Wat een opluchting.
Mijn kennis beschouwt de homoseksualiteit als een revolutionaire levenswandel en daarom is ze tegen trouwerijen want die leiden maar tot verburgerlijking. 

Maar is homoseksualiteit eigenlijk wel een blijk van opstandigheid? Ik geloof er niets van. Het lijkt me meer een hevig verlangen dat zich bij sommige mensen van jongsaf aan als vanzelfsprekend en onontkoombaar voordoet en waar ze op den duur naar leren leven. En dan willen de meesten in alle andere opzichten zoveel mogelijk als alle andere mensen leven. Dus als een stelletje en als het even kan als een getrouwd stelletje. Waarom zouden homoseksuelen ook nog revolutionairen moeten zijn? Het is al heel wat om voor je geaardheid uit te komen. De opvatting van homoseksualiteit als een revolte is veeleer een reactie op de afwijzing door een overwegend heteroseksuele samenleving die daarvoor van homoseksuele zijde streng berispt dient te worden met politiek protest en deviant vertoon. 

Maar mij interesseert iets anders: mijn opluchting. Blijkbaar had ik mijzelf over iets heen moeten zetten om voorstander te kunnen worden van het homohuwelijk. Ik had er dus iets tegen. Maar wat?
Dat is nog niet zo eenvoudig. Er is niet één argument tegen het huwelijk tussen man en man of tussen vrouw en vrouw dat de tegenspraak kan doorstaan.
Neem het argument dat alle vermogensrechtelijke aspecten van het huwelijk ook in een gewone overeenkomst geregeld kunnen worden. Veronderstel dat het zo is. Dan zouden homoseksuelen om die reden dus niet met elkaar hoeven te trouwen. Maar daaruit volgt nog niet dat ze het niet zouden mogen. De enige reden om het gelijkgeslachtelijk huwelijk uit te sluiten is nu juist dat het huwelijk niet alleen een vermogensrechtelijke afspraak is, maar nog iets anders, nog iets meer. En dat is dan ook precies de reden dat sommige homoseksuelen niet alleen hun geldzaken willen regelen, maar met elkaar in het huwelijk wensen te treden.
Beweer dan dat het huwelijk dient om de best mogelijke voorwaarden te scheppen voor het opvoeden van kinderen. Dat lijkt me heel aannemelijk. Maar dat is nog geen reden om mensen die niet van plan of niet bij machte zijn om kinderen te krijgen van die verbintenis uit te sluiten. Integendeel, er staan wekelijks honderden huwelijksadvertenties in de krant van mensen die al te oud zijn om nog aan kinderen te denken. Zijn de huwelijken die daarvan komen er iets minder om? En als heteropartners zonder kinderwens wel mogen trouwen, hoe kun je dan mensen van gelijk geslacht van dat recht uitsluiten?
Kom niet aan met de bewering dat homoseksuele verhoudingen minder achtbaar zijn omdat het daarin nu eenmaal gaat om buitenechtelijk geslachtsverkeer, dus ontucht. Dat komt nu precies omdat het de homoseksuelen onmogelijk gemaakt wordt om hun betrekkingen te wettigen door met elkaar te trouwen. 
Probeer ook niet de afwijzing te motiveren door aan te voeren dat homoseksuele relaties kortstondiger, promiscuer of perverser zouden zijn. Want zelfs als ooit zou blijken dat daar iets van aan was, dan nog volgt daar niet uit dat ontrouwe, overspelige of deviante mensen niet zouden mogen trouwen, want ook gemengde huwelijken, dus tussen man en vrouw, worden niet aan die maatstaven getoetst. 

Nee, er blijkt maar één manier te zijn om het homohuwelijk definitief af te wijzen: door vol te houden dat de liefde tussen man en man of tussen vrouw en vrouw in wezen minderwaardig is aan de liefde tussen man en vrouw. Daar is geen reden toe, daar is geen grond voor. Alleen in het morele moeras van de religie kan die opvatting blijvend gedijen.
Maar in feite is het helemaal niet zo makkelijk om homoseksuele liefdesbetrekkingen als gelijkwaardig te aanvaarden. Daar zijn historische redenen voor: er wordt pas sinds een jaar of dertig, pas in deze generatie, min of meer openlijk mee omgegaan. En er zijn emotionele redenen voor: de meeste mensen voelen zich vanzelfsprekend en onontkoombaar aangetrokken tot iemand van het andere geslacht. En dan zouden zij de homoseksuele liefde zomaar gewoon moeten vinden? Zo gaat dat toch niet. Ze zullen zich er over verbazen of schamen, zich eraan ergeren of opwinden. Na verloop van tijd begint het te wennen dat er blijkbaar nog andere erotische mogelijkheden zijn. En telkens stuit dat ook weer op emotionele weerstand.

Maar tegenzin is iets anders dan een mening, het is een gevoel. Het gevoel heeft geen goede redenen nodig en die zijn er dan ook niet. Dan is het eerlijker om niet allerhande argumenten aan te slepen, maar dat gevoel te nemen voor wat het is, een tegenzin. Een gevoel kan iemand anders tot niets verplichten en niets verbieden. Een ander kan er rekening mee houden. Dat is al heel wat. Misschien moet bij gebrek aan beter de heteroseksuele meerderheid de homoseksuele minderheid vriendelijk verzoeken om nog even geduld met haar te hebben.

Als een homoseksueel vriendenpaar in mijn kennissenkring zijn zaken zou regelen bij advocaat en notaris zou ik dat vanzelfsprekend vinden. Als ze hun vrienden zouden uitnodigen voor een groot feest waarop ze elkaar nog eens openlijk hun liefde zouden verklaren, dan zou ik mij in hun geluk verheugen. En als ze zich vervolgens in de echt lieten verbinden? Ik kan daar geen bezwaar tegen bedenken, maar ik moet er nog wel even aan wennen. 
Homoseksuelen hoeven niet met elkaar te trouwen, maar ze moeten het wel mogen. Op den duur.