De laatsten om iets aan te vragen over de Nederlandse identiteit zijn de Nederlanders. Zij maken zich kleiner dan ze zijn en dan ze zichzelf vinden. Geen ander volk zou zich aan zijn buurvolkeren in Europa presenteren met een reeks van raillerende en bagatelliserende stukjes over eigen geschiedenis, samenleving en cultuur. Die zelfverlaging is een wijd verspreide trek in Nederland. Juist in gezelschap van buitenlanders hebben de Nederlanders de neiging om af te geven op hun land. Door zich wat kleiner voor te doen dan ze weten dat ze zijn, voorkomen ze dat een ander ze kleineert. Door afstand te nemen van hun landgenoten, proberen ze zichzelf te verheffen tot het hoge niveau waarop zij de buitenlanders plaatsen. Dat ken ik van geen ander westers volk. Collectieve zelfverheffing is in de rest van de wereld de meest voorkomende neiging, nationale zelfvernedering is een specifiek Nederlandse trek.
En nu doe ik er ook al aan mee.

Genoeg. De Nederlanders hebben zich zelf niet zoveel te verwijten, niet meer dan andere naties zich zelf zouden moeten kwalijk nemen. Maar in dat zelfverwijt verraden de Nederlanders al een wezenstrek: ze hebben het over ‘wij’ en ‘Nederland’ als een samenhangende entiteit. Ze zijn dus al bezig zich met hun landgenoten te identificeren. Zo’n nationale vereenzelviging stuit de Nederlanders tegen de borst. We hebben het nationalisme afgezworen. We zijn grootgebracht met de gedachte dat het nationalisme de oorsprong is van alle haat tussen de volkeren. Zelfs een klein beetje Nederlands wijgevoel is streng verboden. Wij zijn een volk dat in alle opzichten preuts is, behalve als het om seksualiteit gaat. Daarbij past dus ook strikte onthouding van alle nationale emotie.
Dat heeft ook iets te maken met de geschiedenis. Nederland heeft sinds meer dan drie eeuwen al zijn oorlogen verloren. Dat steekt toch een beetje. Nederland bezat een wereldrijk en verloor het in de kortste keren. Wij preutse Nederlanders mogen daar niet om treuren. Wij moeten ons daarin antikoloniaal verheugen. Nu wij niet meer naar hartelust onder verre, vreemde en minder bewapende volkeren mogen huishouden zijn we verstandig, vredelievend en een beetje oorlogsvreemd geworden.

Ook dat is een vorm van preutsheid: strikte geweldsonthouding. Op militaire missie in den vreemde weten de Nederlanders dan ook niet goed wat ze moeten beginnen. Dus ging het verschrikkelijk mis met het Nederlandse optreden in Srebrenica. De toedracht is omstreden, maar één ding staat vast: er was toen en daar niet één Nederlander op wie wij achteraf trots kunnen zijn. De schaamte die dat oproept is ook een nationaal gevoel, een wijgevoel.

Wij Nederlanders kijken naar de wereld als in een doorkijkspiegel, (de metafoor is van Johan Goudsblom): wij zien de buitenwereld wel, de buitenwereld ziet ons niet. Wij zijn een middelkleine, middelgrote natie. Met ruim twintig miljoen sprekers is het Nederlands zo ongeveer de vijfendertigste taal op de wereldranglijst, het bruto product dat de sprekers van het Nederlands gezamenlijk voortbrengen staat twaalfde op de wereldranglijst (heeft Jean Laponce ooit uitgerekend). Zo onbeduidend is dat nu ook weer niet.

De Nederlanders durven zich niet te beroemen op de prestaties van hun landgenoten en wanneer een buitenlander hun verworvenheden in kunst, cultuur en wetenschap, in bestuur, handel en nijverheid opsomt, dan horen zij daarin vooral een toon van meewarigheid (‘Jullie hebben toch Rembrandt, Van Gogh, Hugo de Groot, Philips en hoe heet-ie ook alweer…’).

Als een baron von Münchhausen heeft Nederland zich met zijn eigen pompen uit de zee gezogen. Ik ben daar trots op, al heb ik zelf enkel aan het strand met een kinderschepje wat dijkjes in het zand opgeworpen tegen de vloed.
Nederland heeft het voordeel van zijn ligging aan de Noordzee, in de grote driehoek tussen Engeland, Frankrijk en Duitsland, met achter de oceaan Amerika. Het heeft dat voordeel uitgebuit, maar het is tussen die grote mogendheden toch maar een braaf en nijver, middelmatig land.

Nederland is een democratie en een rechtsstaat en de mensen leven er vreedzaam, humaan en sikkeneurig. Bij al mijn eigenaardigheden ben ik ook nog Nederlander. Ik ben daar heel content mee.

Abram de Swaan

De Gids, mei/juni 2004
Special Misverstand Nederland

Dit artikel is ook in het Engels, Frans en Duits verschenen.