Amerika is, zoals bekend, een kapitalistisch land en Rusland houdt het op het communisme. Beide landen maken het goed, de meeste mensen zijn er tamelijk tot een beetje welvarend. Bovendien verachten de beide volkeren elkander diep en innig en dat geeft een warm en tevreden gevoel van binnen. Elk volk meent immers dat het leeft onder het mooiste stelsel dat mensenwerk en voorbeschikking hebben voortgebracht. En Amerikanen noch Russen krijgen er ooit genoeg van dat steeds weer duidelijk te herhalen. Als de strijd tussen die twee beslist wordt door het aantal landen dat kiest voor het ene systeem of voor het andere, dan gaan ze nu ongeveer gelijk op.

Een moeilijkheid van de onderlinge wedijver is, dat het vrijwel nooit tot een vergelijkende discussie komt over wie nu eigenlijk het beste is. Komt het een keer toch zover, dan is het terrein te uitgebreid, het struikgewas van filosofie, economie, politiek en moraal belemmert alle overzicht. Vandaar dat het misschien goed is weer eens helemaal opnieuw te beginnen. En met een eenvoudig voorbeeld. Het transport. Mensen kunnen op twee manieren reizen: met hun eigen auto of met bus, trein, tram of vliegtuig. Eigen vervoer tegen openbaar vervoer dus. Het aardige van dit voorbeeld is dat zo ongeveer alles erbij ter sprake komt: de vrijheid van consumptie - wie met eigen auto reist, kiest zelf zijn route en vertrektijd, treinpassagiers hebben zich maar aan te passen. Individualisme tegenover collectivisme: het is duidelijk dat de autobezitter het probleem 'hoe van X naar Y te komen' in zijn eentje oplost en dat de reiziger met bus en tram wordt bijgestaan door de gemeenschap die de verbindingen onderhoudt. De autochauffeur heeft wat meer vrijheid, de busklant kan zijn benen nauwelijks strekken, maar tot zijn troost kan niemand dat, voor hem dus meer gelijkheid. Het ligt voor de hand dat in een kapitalistisch land de mensen reizen in hun eigen auto, en als het even kan met eigen jacht en vliegtuig en dat communisten hun woongebied doortrekken met buslijnen en spoorwegen. En niet alleen in theorie, de statistieken zullen vast en zeker wel uitwijzen dat in Amerika de meeste passagierskilometers worden afgelegd met privé-transport, in Rusland daarentegen, juist met openbaar vervoer. (Voor de VS in 1966: 90 % van de 1420 miljard passagiersmijlen werden afgelegd met een eigen auto.)

Nu komt het de vergelijking zeer ten goede dat er zelfs in Rusland privé-auto's zijn, dus een begin van kapitalistisch transport. Amerika heeft zijn openbaar vervoer, weliswaar vaak in handen van particuliere maatschappij en, vrijwel zonder uitzondering met slechte verbindingen, ongeregelde uren, gebrekkig en vervuild materieel, maar toch gemeenschapstransport. De communistische reiswijze dus.

Hiermee is de wereldtegenstelling tussen Oost en West teruggebracht tot hanteerbare afmetingen, iedereen neemt een blaadje papier voor zich, schrijft de voor- en nadelen van openbaar en particulier transport naast elkaar en weegt ze tegen elkander af: dan heeft hij het hele probleem in miniatuur op een kladje.

Maar deze elegante tegenstelling wordt jammer genoeg verstoord in de werkelijkheid. Want deze zomer in Praag, in het communistische Tsjechoslowakije werden alle jongens en mannen groen van afgunst bij de aanblik van mijn toch heel kleine autootje. Er was zelfs een ingenieur die met zijn verloofde op slag wilde vluchten om eens, precies, om ooit eens een eigen auto te bezitten. En hij was niet de enige. De communistische leiders zijn daar inmiddels achter en hebben beloofd de productie van auto's uit te zullen breiden. Meer kapitalistisch reizen dus.

In hetzelfde jaar heeft in Amerika bijna iedereen zijn eigen auto. Hij is daar zeer tevreden mee, maar moet er ook wat voor opbrengen. Allereerst heel hoge belastingen om de wegen te betalen en steeds meer verkeersagenten te onderhouden. Bovendien is hij verplicht zich collectief te verzekeren tegen de risico's van de weg. En zijn consumptievrijheid is nogal wat ingeperkt: hij moet een auto nemen die aan honderdeen veiligheidseisen voldoet. Bovendien is hij niet vrij te consumeren wat hij wil vóór hij uit rijden gaat. De staat is opeens aan de lopende band aan het onteigenen, slopen, plannen en bouwen, alles om ruimte te maken voor het verkeer. En nu iedereen in naam van de vrijheid zijn eigen uitlaat kan laten dampen, kan niemand meer vrij ademhalen: in enkele maanden tijds werd hier al twee keer de noodtoestand afgekondigd omdat de luchtvervuiling de kritische grens had overschreden. Dus heeft de staat nieuwe maatregelen afgekondigd, inspecties, wetten en belastingen... het individu heeft niets meer in te brengen, de staat slaat toe... het lijkt wel of de communisten de zaak hebben overgenomen. Maar nee, die waren net begonnen het autobezit uit te breiden. Kapitalisme-socialisme: o—o. Kennelijk is nog geen volk tot het inzicht gekomen dat openbaar vervoer er is om mee te reizen en auto's er zijn - voor wie dat wil - om te bezitten, niet om ook nog mee te willen rijden.