Martin Luther King was de bijna-Jezus voor de Amerikaanse negers en minstens een Ghandi voor de blanken van goede wil waar ook ter wereld. Het strijdlied van zijn aanhangers, We shall overcome some dqy, werd de nieuwe Marseillaise, de Internationale van onze jaren. De wereld keek naar de foto van een zwart schoolmeisje met haar haar in twee staartjes, dat dwars door een menigte van spuwende, moordlustige blanken naar school liep; in Alabama en Mississippi lieten de demonstranten zich in naam van de geweldloosheid bij honderden arresteren en afranselen; nonnen en rabbijnen marcheerden arm in arm naar Washington voor de rechten van de negers. Zelden was een goede zaak zo duidelijk. En zo mooi.

En opeens is dat allemaal geschiedenis; niet meer eigentijds. Het gevecht is nog niet gewonnen, maar het strijdperk is al verschoven. In het Zuiden verbetert, heel langzaam, de rechtspositie van de negers, maar de successen zijn vanzelfsprekend geworden, niet eens meer verheugend.

De krantenlezer leert opeens de namen van de negerwijken in het Noorden, Watts in Los Angeles, New Yorks Harlem. En ditmaal is het lang zo mooi niet en zeker niet zo christelijk: er waren plunderaars en brandstichters, radeloze vechtpartijen en wanhopige opstanden. De blanke wereld heeft moeite met zijn sympathie. Jammer van zo'n mooie zaak. En nu, plotseling, nergens vandaan, komt de lelijkste leus van allemaal. In twee slechte woorden: Black Power. Black Power betekent Zwarte Macht, verder niets. Maar dat is genoeg. Genoeg om de krantenlezers in Amerika en in de wereld daaromheen een lichte huiver te doen voelen. En genoeg voor veel negerproletariërs in de grote steden van het Noorden om hun onverschilligheid af te schudden en zich aan te sluiten bij CORE, de organisatie van Floyd McKissick, of SNCC, de strijdlustige beweging van Stokeley Carmichael.

Achter hun strijdkreet Black Power gaat een nieuwe werkelijkheid schuil: Dat is de oude realiteit van alle honderd jaar na de bevrijding uit de slavernij. De negers zijn naar alle maatstaven gemeten nog steeds slechter af dan de blanken, verdienen gemiddeld de helft, gaan twee jaar minder school op slechtere scholen, zijn drie keer zo vaak werkloos en leven gemiddeld vijf jaar korter. Maar nieuw is dat na een volle eeuw van burgerschap een belangrijke groep negers zich begint af te keren van de blanke maatschappij. Het gaat de negers beter dan ooit tevoren, maar het gaat alle andere Amerikanen veel beter. Het verschil is toegenomen. En overal ter wereld zijn de gekleurde volkeren onafhankelijk geworden, maar de Amerikaanse neger loopt achter in die emancipatie. Een groot deel van de negers gelooft niet meer in integratie in de Amerikaanse samenleving als een oplossing in de nabije toekomst. En dat ongeloof heet Black Power. Voor sommigen, voor de leiders en de denkers, heeft Black Power dan ook nog een inhoud. Black Power is een politiek programma. Een streven om de negers te organiseren, zodat in districten waar ze in de meerderheid zijn, ook inderdaad zwarte kandidaten gekozen worden.

In de nieuwe organisaties worden de blanke leden geleidelijk en met zachte drang uit de leidersposities verwijderd. Het gaat er niet om of blanken wel of niet de belangen van de negers kunnen behartigen. Soms kunnen ze het beter. Het gaat erom dat de weinige leidersposities die voor negers toegankelijk zijn, de posities binnen de zwarte gemeenschap, ook inderdaad door negers bezet worden. Dat lijkt velen nu de enige manier om een generatie van negerleiders te kweken. Black Power is ook economische macht. Tot nog toe zijn de huizen, winkels en bedrijven in de negerwijken eigendom van blanken. Een zwarte middenstand bestaat nog nauwelijks. Het zakenleven geeft de negers geen kans.

De nieuwe negers willen dat de zwarten wonen, kopen en werken bij zwarten. In het verleden zijn de negercoöperaties bijna altijd mislukt door gebrek aan geld en kennis van zaken. De armen moesten zich aan hun eigen schoenveters omhoog trekken. Dit keer is het streven niet zozeer naar coöperatieve gemeenschappen als wel naar de vorming van een kern van zwarte middenstanders in de negerwijk. In de eerste fase zal de regering ze met kredieten moeten steunen, daardoor aangezet door de zwarte politici. In een latere fase moeten de winkeliers kunnen bestaan van een zwarte klandizie, niet langer weggezogen door de blanke bedrijven. Alleen op die manier kan een grote zwarte middenklasse ontstaan, zeggen de theoretici van de zwarte macht.

Ondanks de vele redelijke argumenten komt dit stelsel toch angstig dichtbij een apartheidssysteem. CORE en SNCC werpen tegen dat de elementen van apartheid niet van hen komen, maar alleen reacties zijn op de bestaande apartheid in de Amerikaanse samenleving. Inderdaad, er is een feitelijke gescheidenheid van de rassen in Amerika. In tegenstelling tot Zuid-Afrika wordt die door de wet niet afgedwongen, maar in tegendeel tegengegaan. Desondanks zijn de scherpste kanten van de Amerikaanse situatie te vergelijken met de gematigde - en soms de niet eens zo gematigde -aspecten van de apartheid in Zuid-Afrika. Het beslissende verschil ligt in de gradatie: slavernij en terreur tegenover uitbuiting en discriminatie. Een politiestaat tegenover een rechtsstaat die soms wat moeite heeft zich zijn hoge beginselen te herinneren.

In hun teleurstelling en woede valt voor een groot aantal negets dit onderscheid in het niet. Zij zien dat de topposities in zakenleven en regering voor hen onbereikbaar blijven, dat in elke situatie in het dagelijks leven de neger dodelijk beledigd kan worden. Als alle andere oplossingen dan niet werken of te traag, dan moeten de negers hun heil zoeken binnen de negergemeenschap zelf. Dat is de zakelijke redenering achter Black Power. Maar Black Power is bovenal emotie. Genoeg emotie om op terug te komen.