En toen werd het weer december, wat iedereen van tevoren had kunnen weten. Maar al weken, maanden eerder gingen de kranten zenuwachtig vertellen dat het ook dit keer weer zo ver zou komen en dat ook 25 december onafwendbaar naderde. Geleidelijk aan raken tijdschriften, radio en televisie in de stemming van een nationale ramp: iedereen denkt aan hetzelfde, doet hetzelfde en moet betalen, veel betalen. Deze nationale ramp heet Kerstmis en verschilt van een catastrofe alleen daarin dat hij vrolijk bedoeld is. Maar op Fifth Avenue, Fifty Seventh street, in de praalzieke warenhuizen Alexanders', Macy's, Stern, en Bloomingdale's gaan een miljoen mensen de roltrap op, een miljoen mensen de roltrap af, met zorg op hun gezichten, zich de ernst van de toestand volledig bewust.

De westerse mensheid heeft zich een zware last op de schouders geladen: kerstfeest. Het kan best zijn dat het nog een dolle avond wordt, maar de voorbereiding is geen grapje. Met een verbeten zin voor perfectie marcheren de duizenden door New Yorks winkelstraten, op de been gehouden door plechtige koormuziek die uit alle etalages vloeit. Want Kerstmis moet een avond worden, niet zomaar een gezinsfeestje, maar het volmaakt bijeen zijn.

En wat valt er dan nog te vieren? Ik denk dat ik het weet van sommige mensen, de wat ouderen met een gezin en een kleine spaarrekening: afgaand op wat ze kopen.

Een blok kristal in de vorm van een brok kaas met gaatjes, er bovenop een muis, natuurgetrouw in massiefgoud. Er is niets mee te doen, het is niet bijzonder mooi, eerder bijzonder lelijk en de enige ontroering zit hem in de prijs: vijfhonderd vijftig dollar. Zo'n voorwerp heet een conversation piece, een conversatiestuk. Het is de bedoeling dat de visite er wat over zegt om zo het gesprek op gang te brengen. Als er dan toch een stilte valt, is er nog altijd het 'museumstuk', een graadje hoger dari het 'conversatiestuk'; dat kost dan ook zeshondervijftig dollar en stelt voor: 'Onze dolende ridder in schitterende, veertien karaats wapenrusting op een voetstuk van malachiet en rozenhout.' Nu zijn dat wel eenzame hoogtepunten in dit festival van nutteloosheid, maar het is feest en ze worden gekocht. De advertenties wijzen gebiedend naar de etalages en de etalages bevelen de aanschaf van 'geschenken van blijvende waarde', zoals daar zijn barstelletjes in de gedaante van stoomlocomotieven, of raket-annex-muziekdoos, accordeon alias klokkenspel, alles plaats biedend aan vier flessen, schenkkaraf en mixbeker. Voor de gezelligheid moet in de huiskamer een manshoge boom van plastic met of zonder kunstbloemen, te combineren met oudkoperen waterval en fontein, verlicht in rood, groen en blauw.

En dan is er de techniek, de stilstand der techniek, apparaten die dingen kunnen die wij ook kunnen, maar zij kunnen het duurder: het elektrisch nagelverzor-gingsstelletje en bovenal de elektrische das-rek-o-ma-tische, snoerloze dassenkiezer die na instelling van de kleurkiesknop de passende das naar buiten draait. De dingen die niet zijn wat ze zijn: de zeep komt als golfbal en de after-shave in koffiezakjes. De dingen die dingen doen die zonder die dingen niet nodig waren: een machine om een glas in een wip het beijzeld voorkomen te geven dat bierglazen in advertenties zo'n dorstwekkend aanschijn geeft. Het horloge dat de tijd overal ter wereld aangeeft plus de datum en de temperatuur met ingebouwde rekenschijf, hoeft nooit opgewonden. De 'unieke regenmeter' in het vensterkozijn, de ijswaterkraan in de badkamer en het stoombad in de bijkeuken. Bezit voor het leven. Geschenken 'voor de man die alles al heeft'. Daar is het om te doen. Dat is waar dit feest om begonnen is. Wie een gouden muis op een kristallen kaas cadeau! krijgt, heeft al brood op de plank en vlees in de ijskast. En dat gedenkt hij. Het is de generatie van de vijftig-jarigen, de generatie die nog steeds heerst, die herdenkt dat de crisis voorbij is, dat de werkloosheid van de jeugdjaren niet is weergekeerd. Er zijn twintig jaren geweest om de oorlogsbelevenissen in Azië en Europa te vergeten. Geen armoe meer en geen oorlog. Beperkte welvaart en een begin van zekerheid voor de middenstand. Met Kerstmis viert de burgerklasse zijn verjaardag. Nog steeds denken zij over de wereld in twee woorden: de crisis en München. En als alle pakjes zijn uitgepakt, overziet vader de rommel en weet: zolang de gouden muis op de kristallen kaas zit, is het onheil nog bezworen.