Van Tuli een telefoonnummer dat antwoordt met 'Jean' en Leslie's nummer geeft, waar een beschaafd stemgeluid verwijst naar Joe, een professor tot wiens kennis de verblijfplaats van weer een andere Joe behoort, die eindelijk een adres in Harlem dicteert. Dat heeft tijd gekost, moeite en overredingskracht. Blijkbaar is niemand erg onder de indruk van mijn belangstelling voor de nieuwe negerbeweging. Een blanke heeft aan goede wil niet meer genoeg bij de zwarte activisten. En dat is alvast iets nieuws.

In het kantoortje van New York Harlem CORE staat een lange zwarte jongen ruzie te maken over een grammofoon die iemand had moeten bezorgen, blijkbaar zonder dat hem dat verteld is, en nu is er geen auto om hem te halen... kortom er wordt iets georganiseerd. 'Dit is ontzettend belangrijk, de televisie komt!'

De pers zal getuige zijn van een demonstratief kerstfeest voor de kinderen van Harlem, aangeboden door CORE, Congress On Racial Equality, Congres Voor Rassengelijkheid. Maar dit congres is sinds kort uitgepraat over rassengelijkheid en doende met iets anders waarvan dit kinderfeest een voorbeeld moet worden. En meteen komt ter illustratie een grote neger binnen die een rode puntmuts draagt, een valse witte baard en een hes met pofbroek waaronder als toneelbuik enkele kussens zijn gepropt. Hij staat in de deur en kondigt zich aan als: 'Een echte zwarte Sinterklaas uit Afrika'.

In de zaal beneden zijn vijftig of honderd kinderen, het publiek maakt in ieder geval lawaai en roert zich heftig, dus veel kinderen. Zij worden achterin gehouden door een sonore sehoolmeesterstem. Op de voorgrond, die nu echt voorgrond is, want er staan schijnwerpers en televisiecamera's, is de Sinterklaas van daarnet neergezet. Om hem heen is een groep kinderen opgesteld, gevoelig gerangschikt op volgorde van grootte door een man met witte regenjas en huid, blijkbaar van de televisie. Op de schoot van de kindervriend is een heel klein jongetje geplaatst met dun stijf kroeshaar waardoorheen zijn bleke schedel schijnt. De Sint houdt hem een cadeautje voor en daarop volgt een samenspraak j e, speciaal voor de kijkers in het land: 'Wie ben ik?' Het gehoorzame antwoord: 'Santa Claus.' 'Heel goed. En waar kom ik vandaan?'

Bedeesd zwijgen van de kleine karakterspeler.

'Ik kom uit Afrika. Uit vér, zwart Afrika. Waar jij ook vandaan komt. Dat wist je niet, hè, maar de echte Sinterklaas is zwart. Al die witte zijn maar namaak, bedoeld voor de blanke kindertjes. Jouw Sinterklaas is een neger. Voor jou is Santa Claus een neger. Vertel dat maar aan je vriendjes.' De goedheiligman tast in de zak en reikt een presentje uit. De scène wordt nog eens herhaald voor de camera en dan komen zonder indoctrinatie de andere kinderen aan de beurt. Een kinder-feest barst los en overwoekert onmiddellijk alle bedoelingen.

Eenmaal weer op straat wandel ik over Seventh Avenue en lees de aanplakbiljetten op winkelruiten en op leegstaande huizen. Mkwawe Babele zal aanstaande zaterdagavond met zijn Zwarte Zelfverdedigers een judo-demonstratie houden, afgewisseld door de toon-meisjes met Afrikaanse modes. Het geheel wordt muzikaal omlijst door Duke Nkruma en Harry Lumumba. Op een bijeenkomst ontmoet ik twee zwarte meisjes, van top tot teen in ritselende zij en met grote puntmutsen op. In mijn ogen was het Afrikaans en naar hun antwoord ook. De een studeerde Afrikaanse geschiedenis, de ander Swahili. Ze dacht niet dat haar voorouders ooit Swahili hadden gesproken. Daar ging het ook niet om, niet het stamverband telt, zegt ze, maar de verbondenheid met de oorsprong van alle negers, Afrika. Een nieuw zwart zelfbewustzijn.

Think Black! staat in het CORE-kantoor, denk zwart. Daarnaast een leus die stamt uit het Amerikaans bezettingsleger in de Tweede Wereldoorlog, dat contact tussen zijn soldaten en de bevolking wilde voorkomen: 'Geen verbroedering op CORE-gebied!'

Tijdens de lunch zegt Kerby, een van de bestuursleden van CORE in Harlem: 'Integratie van negers in de blanke maatschappij is niet langer ons eerste doel. Wij waren voor geïntegreerde scholen, maar niet meer nu blijkt dat gemengd onderwijs blank onderwijs betekent. Op school wordt alleen het gezichtspunt van de blanke meerderheid aan de kinderen voorgeschoteld. In de vaderlandse geschiedenis treden de negers alleen op als slaven, op zijn best onderdanig en wijs als Oom Torn, toegewijd en vrolijk als Sambo, maar altijd in de rol van slachtoffer, dupe en domoor.

De helden zijn altijd weer de blanken. Pappa Lincoln bevrijdde in zijn genadigheid de negers. Maar geen woord over de leiders van de slavenopstanden, Gabriel, Vesey, Turner, over de zwarte leider aan het begin van de onafhanke-lijksoorlog, Crispus Attucks, over de negers die tot de eerste kolonisten hoorden, als Rufus Olano. Van de negerkunst wordt niet gerept: poëzie, jazz, spirituals worden doodgezwegen. De kinderen leren alles over de Egyptenaren en de Babyloniërs, maar er heerst doodse stilte over de geschiedenis en de gewoonten van de grote Afrikaanse culturen, zoals die van Ashanti. Godsdienstonderwijs betekende voor negers altijd training in onderdanigheid; wij kregen de gehoor-zaamheidsversie van het christendom opgelepeld. Christus was vanzelfsprekend blank met blond haar en blauwe ogen, nogal onwaarschijnlijk met zijn afkomst. Ik denk dat Mozes zwart was en Christus donker. Maar in Amerika is als vanzelfsprekend zelfs de suggestie van een zwarte bijdrage aan de beschaving wéggevlakt. Zo hebben negers die opgaan in de blanke maatschappij niets dat ze kan verzoenen met hun afkomst en hun kleur. Alles wat goed is, is als vanzelf wit. De neger heeft dat maar voor lief te nemen.' Aldus Kerby, die concludeert:

'Toevallig ben ik zwart. Wat ik ook doe, ik blijf pikzwart. Als ik het niet kan veranderen, moet ik ermee leren leven. Dat betekent dat ik allereerst in mijn zwartheid een eigenwaarde moet vinden. Als ik die heb opgedaan en de andere negers met mij, dan kunnen we opnieuw gaan denken aan integratie. Maar alleen als de aanpassing van beide kanten komt.'