Kijken is stilzitten, ogen voor je houden, volgzaam zijn. Kijken is televisie, gezinsleven, ouderdom, burgerlijkheid, de middelbare middenstanders. Televisie is bezit, vastigheid, een apparaat, snoeren, antennes: een pluim op de burgermanswoning. Een tv-toestel is meubilair, woninginrichting, carrière, maatschappij.

Luisteren is leven met een half oor, transistor onder de kraag van het leren vest, autoradio's, gillend van het lachen in open sportwagens. De snelheid van het geluid. Het zintuig van de swinger, de teeny-bopper, go go hippie, uptight chick. Radio is van de leefman, de actieman. Radio is jong, is in, is groovy, is with it. Televisie is oud, uit, square, mis, teevee. De radio is terug!

Welkom radio. Welkom in een wilde wereld, in een bestaan opgebouwd van geluid, lawaai, gerucht: het geluid van Amerika. Transistors. Het zenuwengeluid. Vierduizendhonderdachtenveertig stations zenden twintig uur per dag over tweehonderd miljoen toestellen in Amerika — één voor elke Amerikaan, hardhorend, doof of stom en dan zijn er nog genoeg radio's over om alle kinderen in Nederland blij mee te maken. Aldus Information Please, mijn feitenalmanak. Maarten Luther: Quia est auditu Jides, non ex visu = het geloof komt immers van horen, niet van zien. De transistor is het zesde zintuig van jong Amerika geworden. Onder zijn dromerig kussen, in zijn schuldige broekzak, in zijn tedere handpalm hoort de tiener, hij hoort, hij hoort wat niemand hoort - behalve dertig miljoen andere teeny-boppers van kust tot kust - het geluid van Amerika. 
De andere wereld, de atmosferische werkelijkheid, of: de ether, zoals de ouden zeiden. En daar wonen de disc jockeys, de poppriesters die niets meer meedelen, niets meer beweren, niets meer hoeven uit te leggen; alleen nog maar zuivere communicatie, zonder inhoud, alleen tekens, signalen - symbolische logica, zei Tom Wolfe.* 

Het gaat ongeveer zo:

W.A. V.Z., your station in New Haven, lucky thirteen on your dial, go go go Go G!!! a swinging session with Bill Gary and all the sixty seven singles from the top hundred tip list. En dan meteen, Wham... The Mothers. Niet zoals vroeger met de Arbeidsvitaminen eerst een beleefde aankondiging en dan een muzikale inleiding, zo van: Er komt nu een vrolijk lied, dat is te merken aan de samba-ballen op de achtergrond en dat hoort u aan de kloeke vierkwartsmaat; dan houdt de muziek even in en komt de zangeres... de oude aanpak van U vraagt wij draaien en Met band en plaat voor u paraat. Wie die namen kent, is in deze wereld al een oude man... Nee, hier niets van dat alles, meteen, knal, het punt op de plaat waar de zanger inzet met volle kracht, niks geen introductie en als de woede van de plaat even zakt, kraait de disc jockey er meteen weer tussendoor: Californian Mothers going a go go number thirteen on this week's top twenty: Stay tuned, join the fun! Geen tijd gaat verloren, de uitzending is een durend toppunt, vier, vijf uur lang. Behalve voor de station breaks, de reclames. Maar als het station echt goed is, zijn zelfs de reclames in stijl: Coca Cola beat en Pepsi's Join the Pepsi Generation. I

Ik houd het in het Engels, vertalen helpt niet. Het betekent niets, alleen zichzelf: 'Coca Cola slag' of 'Voeg u bij de Pepsi-generatie'. In het Nederlands is daar geen brood van te bakken. Het is mystiek, vreugdefeesten, een soort laagmis, maar dan opgedragen aan een topperwezen. De tiener. En het is menes. Er valt niets te lachen, nooit een grapje, want dat verwijst naar iets. En dit is alleen zichzelf, sfeer, geluid, ether. Het is ook tienerseks. Het zegt: Alles kan gebeuren, je zult nog alles meemaken, het land is oneindig en daarachter is de zee. Onbestemde opwinding, voorgevoel, het elektronisch Leiden des jungen Werthers in de welvaartsstaat. En ook samenzijn, samenhoren, samen met ontelbare andere tiener-ikken die ook allemaal samenhoren. En iedereen weet: er is iets groots op komst, nog ongeweten, eens komt de dag. Dit hele verdomde land is van ons, zegt de zanger van de Mothers of Invention. Helemaal van de teeny-boppers. En ze weten het niet eens. 

Ik sta in de studio, al twee uur lang, geloof ik. De technicus heeft een stapel plaatjes voor zich en de lijst met de top honderd van deze week. Dat zijn de platen die het meest gespeeld zijn door de tien leidende disc jockeys van het land. Waar zij het meest in zien of het meest voor krijgen. De platenruiters van alle andere stations volgen die keus. De luisteraars kopen de plaat die zij het vaakst krijgen voorgedraaid en die ze het best bevalt. De meest verkochte plaat komt op de topperlijst en wordt dan weer het meest uitgezonden. De rest is herhaling, liturgie. De disc jockey zet een plaat op. Hij schuift een bandje in de gleuf. Wauw! roept het bandje met zijn stem de zender in, tune in, have a ball, join the partyline of the swinging straightshooters. En terwijl zijn extase door duizend huiskamers galoppeert, steekt de disc jockey een sigaret op. Dat is mijn beste kreet, zegt hij, die blijft het doen.
Het land is van de teeny-boppers... ze weten het niet eens.

* Tom Wolfe, The kandy-kolored tangerine-flake streamline baby, New York, Farrar, Strauss and Gitoux, 1965. (Ook als Noonday Pocket).