NRC 12 augustus 1995

In het augustusnummer van De Gids schrijft N.G. van Kampen, oud-hoogleraar in de theoretische natuurkunde, over 'Misvattingen over de natuurkunde.' Het is een kort en helder opstel, met onmiskenbaar meesterschap geschreven. Van Kampen meent dat het onmogelijk is om moderne natuurkundige theorieën te begrijpen en hun betekenis te overzien zonder begrip voor de wiskunde waarmee die theorieën zijn geformuleerd. Populariseringen in min of meer gewone woorden leiden tot misverstand: de theorie wordt opgevat as een bedenksel waarvoor even goed een ander in de plaats kan komen; de onvermijdelijke beeldspraak ('deeltjes', 'botsingen') wordt letterlijk opgevat en toegepast op de alledaagse ervaringswereld waaraan die termen zijn ontleend; en sleutelbegrippen als 'relativiteit' of 'onzekerheid' worden verward met gelijknamige noties uit de filosofie of de literatuur, waar ze niets mee gemeen hebben.

De moderne fysica heeft eigenlijk helemaal niets te maken met die andere kennisgebieden, laat staan met de gewone mensenwereld volgens Van Kampen: 'Niet alleen de dagelijkse ervaring is immuun voor de subtiliteiten van de relativiteitstheorie, ook de techniek, de biologie en de geologie worden er niet door aangetast. Ja, zelfs in een groot deel van de natuurkunde kan men haar voorlopig vergeten.' De levenswijsheid 'alles is relatief' vindt geen enkele steun van de 'relativiteitstheorie'. En het onzekerheidsbeginsel in de quantumtheorie staat volstrekt los van allerlei filosofische beschouwingen over de existentiële twijfel, of over de beïnvloeding van de waarneming door de geestesgesteldheid of de omgeving van de waarnemer. Het gaat over iets heel anders.
Toch zegt Van Kampen, helemaal zonder wiskunde, maar wel cursief: 'het toeval is inherent aan de fundamentele processen in de natuur'. Dat is nogal wat, al weet ik niet precies wat het nogal is.

Van Kampens bijdrage wordt in De Gids gevolgd door 'Enkele bedenkingen' van redacteur Stefan Hertmans, die er geen woord van begrepen heeft. Kennelijk denkt hij dat Van Kampen heeft beweerd dat filosofen en taalkundigen hun probleem van de relativiteit aan de natuurkunde hebben ontleend. Volgt, om Van Kampen 'even te informeren', een net even pedant als gênant overzicht van het relativisme in de wijsbegeerte van Plato tot Lyotard,
Maar Van Kampen betoogde alleen dat de filosofen voor hun beweringen geen steun (en ook geen tegenspraak) vinden in de moderne natuurkunde. 'Toen een taalkundige me vroeg om de onzekerheidsrelatie uit te leggen omdat hij die wellicht kon toepassen, kon ik hem geruststellen: Daar heb jij niets mee te maken.'
Dat die taalkundige er niets aan heeft en ook niets van begrijpt is niet erg. Problematisch in het betoog van Van Kampen is dat iedereen die leek is in de fysica tot onherstelbaar onbegrip veroordeeld is. Daarmee is de fysica losgerukt uit de overige cultuur, en ontstaat een kaste van hogepriesters die met vol leergezag uitspraken doen over de 'fundamentele processen in de natuur', maar die daarover door geen buitenstaander ter verantwoording kunnen worden geroepen. Zo ontstaat ook een democratisch deficit: niemand kan nog de aanspraken van de fysici beoordelen, behalve zijzelf. En die aanspraken zijn niet gering: miljarden dollars en Euro's gaan op aan kilometerslange ondergrondse tunnels waar naar nóg kleinere deeltjes wordt gespeurd.
Een oordeel daarover past de burger niet.

De socioloog Karl Mannheim stelde als democratisch ideaal 'de onbeperkte toegankelijkheid en overdraagbaarheid van kennis' En hij scherpte dat nog aan: 'Net als in de politiek, kan ieder individu aanspraak maken op medezeggenschap, als het om kennis gaat moeten alle individuen elke bewering kunnen onderzoeken.' Die beginselverklaring werd zestig jaar geleden opgeschreven.

Van Kampen verklaart zich daar niet tegen, en niet voor, uit zijn betoog blijkt dat het voor de natuurkunde niet zo werkt.
Maar hij schuift de popularisatie en de mystificatie van de moderne fysica wat al te makkelijk terzijde als een bijverschijnsel. Ook de zuiver academische natuurkundigen zijn bij die cultus gebaat. Als hun dat uitkomt profiteren zij van de waan dat hun werk de laatste waarheid over de wereld openbaren zal. Want in die illusie stemmen politici en het publiek in met de zeer royale financiering van natuurkundige experimenten. Maar als de leken willen weten wat die fysica nu eigenlijk gevonden heeft, dan hebben ze daar niets mee te maken, want die kennis is te technisch en te complex om hun uit te leggen.
Zo'n dubbelmanoeuvre is bekend uit de beroepensociologie. De medici hebben het tot een collectieve kunstvorm verheven.

Het is in Mannheims democratisch kennisideaal niet nodig dat iedereen alles weet of kan begrijpen. Er zijn bemiddelaars. Zoals de rechtbank gebruik maakt van tolken en van getuigen-deskundigen, en desnoods van experts die de deskundigen weer interpreteren, zo moet met een reeks tussenstappen de natuurkunde inzichtelijk gemaakt kunnen worden voor buitenstaanders. Of is de wiskunde waarin die fysische bevindingen gesteld zijn voorgoed onvertaalbaar geworden?

De wiskunde is de poëzie van de wetenschap. In de fysica is ze nu kennelijk geheimtaal. Is dat zo erg? Er gaan dagen voorbij zonder dat ik mij verdiep in de lading van het pi-meson, of de levensduur van een boson. Misschien interesseert het me niet eens zozeer. Maar ik wil er bij kunnen kunnen, desnoods met wat inspanning, en ik laat me van geen enkel cultuurgebied bij voorbaat uitsluiten, want in deze beschaving mag in beginsel iedereen overal in.