Ik heb Lenny Bruce nooit aan het werk gezien. Ik zal dat ook nooit meer meemaken, want Lenny Bruce is dood. Hij was in Europa vagelijk bekend als een Amerikaanse komiek. Daar werd dan meestal aan toegevoegd: een verziekte geest, een vuilbekker, een be-ginselloze zwartmaker. Alleszins ieders welwillende aandacht waard dus.
Het was zijn overlijdensbericht in het Engelse zondagsblad The Observer dat mij op het spoor van Lenny Bruce zette. En dat was een dood spoor, want een humorist leeft bij het moment van zijn nummer. Lenny Bruce herhaalde zich nooit. Zijn nummer bestond alleen op het ogenblik zelf, op de plek zelf, in de sfeer van het nachtlokaal en voor een publiek dat wel eens van zichzelf wilde zien hoeveel het hebben kon. Ik heb Lenny Bruce niet teruggevonden in zijn memoires*. Hij wordt ook niet herkenbaar in de in memoriams van zijn schaarse vrienden. Op de paar platen - van het merk Fantasy - die delen van zijn conférences bevatten komt hij als komiek niet uit de groeven. Zijn stormachtige improvisaties en waanzinnige uitvallen zijn versteend geraakt.
In zijn boek haalt Bruce op hoe hij als priester vermomd de rijke katholieke huizen langs ging om geld op te halen voor een leprozenkolonie; de inkomsten hield hij grotendeels voor zichzelf. Schande! Leuk in Uilenspiegels tijd, maar nu gewoon flessentrekkerij. Maar het krankzinnige is dat Bruce, die een nationale beroemdheid werd vanwege zijn argeloos gebruik van drieletterwoorden en obsceniteiten, deze oplichting op touw gezet had om zoveel te verdienen dat zijn vrouw niet meer als naaktdanseres in een nachtclub hoefde te werken. Uit alles blijkt dat deze libertijn smoorverliefd was op zijn eigen vrouw, dat Amerika's nationale cynicus door haar striptease diep gekrenkt werd. Enkele weken later kreeg Lenny Bruce met zijn vrouw een vreselijk auto-ongeluk. Nog voor hij zien kon wat haar overkomen was, werd hij overweldigd door een panische angst om haar te verliezen. Hij riep Gods genade in en beloofde het priesterkleed nooit meer onbevoegd te zullen dragen. Lenny Bruce, die nationale roem verwierf met zijn nummer 'De NV Godsdienst', een wreedaardig werkstuk over de bekeerdrift en geldzucht van de Amerikaanse kerken, Lenny Bruce geloofde zoals iemand maar geloven kan. In zijn conférences wandelden Mozes en Jezus hand in hand door onze wereld. Hij deed met ze wat in zijn nummer te pas kwam, omdat ze wezenlijk bij hem hoorden. Lenny Bruce was helemaal niet zo leuk, maar hij was bezeten van een vochtige, aardse liefde en van een godsgeloof, een werelds, agressief en ontzet geloof. Hij had de gave om mensen en situaties te typeren in een explosie van inzicht.
Hij was niet zo leuk. Hij had een nummer: een telefoongesprek met de paus, waarin hij stotterde van woede omdat de kerk zich niet vierkant achter de strijd van de negers had gesteld. Maar de paus zegt alleen maar: dominus vobiscum, telkens weer. Dan zegt hij tenslotte tegen de paus: 'Wees toch niet zo bang, het zit wel goed, niemand weet dat je een jood bent.' Niemand weet wat hij van zo'n grap moet denken. Maar weet iemand soms nog iets leuks over joden, negers en katholieken? 'Ik ben geen komiek', zei Lenny Bruce, 'Ik ben Lenny Bruce.' Iemand die het zeggen moest. Bruce zei het. Hij was een zegger. In een conférence vertelde hij hoe hij aan de grens door de Amerikaanse douane op het bezit van heroïne werd onderzocht. Hij moest zich uitkleden en kwam spier-naakt voor drie geüniformeerde ambtenaren te staan. Bruce gaat door op de situatie en vraagt zich af wat er gebeurd zou zijn als hij daar opeens een erectie had gekregen. Een ongepaste gedachte. Maar daarmee is ook meteen de situatie ontdaan van alle rechtvaardiging: de verdachte verandert opeens en erbarmelijk in een iemand. De schaamte kaatst terug op de agenten. Amerika heeft het Bruce betaald gezet. Zijn laatste jaren gingen op aan processen wegens beschuldiging van godslastering, obsceniteit en bezit van verdovende middelen. In elke stad waar hij optrad stuurde het plaatselijk gezag stillen op hem af en trachtte hem het werk onmogelijk te maken door voortdurende dagvaardingen en arrestaties. Bruce werd nooit definitief veroordeeld, maar onder deze vervolging ontwikkelde hij een procedeer-manie. Zijn werk en geleidelijk zijn leven werden hem onmogelijk gemaakt. Hij stierf op 3 augustus 1966. Aan een over-dosis heroïne schreven de kranten en ook dat bleek later ongegrond. 'Aan een over-dosis haat en huichelarij en een onder-dosis liefde en begrip' zingen Simon en Garfunkel in A most pecultar man, een lied voor de hoogst opmerkelijke Lenny Bruce.
Lenny Bruce wilde pleisters van open wonden rukken. Dat deed pijn en het was afzichtelijk. Nu hij dood is, kan iedereen welwillend over hem praten. Hij die zichzelf honend uitriep tot 'Superjood' werd toch nog joods-orthodox begraven. Een gala-voorstelling met films van zijn nachtclub-conférences was uitverkocht voor tien dollar per plaats. Maar bij zijn leven was hij teveel. Had Nederland een Lenny Bruce kunnen laten begaan? En hoeveel had ík van hem kunnen verdragen?
Lenny Bruce heeft mij nog één keer kunnen kwetsen: door dood te gaan.

Lenny Bruce, How to Talk Dirty and Influence People; An autobiography, Chicago, Playboy Press, 1965. In pocket-uitgave, Playboy 1967.