Tot mijn onuitsprekelijke genoegen behoren de liefelijke Maagdeneilanden in de Caraïbische Zee tot het grondgebied van de Verenigde Staten en dus tot mijn onderwerp. Deze eilandjes, niet ver van Puerto Rico, werden vijftig jaar geleden overgenomen van Denemarken. Ze werden eerlijk gekocht en betaald en zijn niet, zoals zovele Amerikaanse bezittingen in de Stille Oceaan, in de loop van een halve eeuw en drie oorlogen blijven hangen aan de kiel van Amerika's slag-schepen.

De reiziger met boot of vliegtuig komt aan op St. Thomas, een winderig en heuvelig eiland, een vrijhaven, en dus vol toeristen beladen met belastingvrije drank en sigaretten; een eiland, zonovergoten en strandomzoomd en dus vol met toeristen ontdaan van jas en pak, verbrand en verveld.

Er is een boot daar die op het hele uur naar St. Jan vaart, langs kleine beboste en onbewoonde rotseilanden die ik op slag herken: Zo'n eiland heb ik uitgetekend onder de les op school. Het heette Pax, toen, en ik bezat de kaarten, schreef de wetten en verdeelde land en goed over de bewoners. Alle eilanden van schoolkinderen en fantasten waarvan wij dachten dat ze alleen bestonden in een schoolschrift of in een bank gekrast, bestaan dus echt en heten Lovango Kaai, St. Kitts of Tortola. De zee is blauw, de rotsen zijn grijs, de bomen groen, de bloemen paars, alsof dit alles met kleurkrijt was getekend. Wij, dat zijn wij met snorkels, rugzakken en badgoed, wij gaan aan land. Iedereen rijdt rond in jeeps. Dat wist ik al. Dat had ik zelf bedacht, vijftien jaar geleden. De mensen zijn zwart, veel zwarter dan de negers die ik ken van het vasteland. Daar hoort dus een verhaal bij en dat komt. Er is ook een blanke minderheid, kinderen van planters en Deense kolonisten. Die komen ook voor in het verhaal.

Waar is hier Amerika? Daar komt hij aangereden in technicolor en cinemascoop, met breedgerande hoed en gelooid gezicht, de ranger, de boswachter van het nationale park. Bijna heel dit eiland is natuurreservaat. Ooit is de grond hier opgekocht door de Rockefellers, die hun bezit aan de staat hebben overgedaan in een gul, maar ondoorzichtig en voor de familie heel voordelig gebaar.

De volgende dagen stellen voor ons een programma samen: het heet zomerpret, al is het nog maar nauwelijks lente, en het heeft dus witte stranden, zachte golven en onderwatervissen die aan koralen proeven. Er zijn volop palmen voor ons neergezet, tropisch struikgewas, kokosnoten op de grond en bougainville op ooghoogte. Ik zeg u: het is goed. Een pauw op het erf en 's nachts een heremietkreeft op de weg, stiekem slepend aan zijn huurschelp. Zwemmend in zee nemen wij pelikanen waar, vliegend in oostelijke richting, maar even later blijkt: hier vliegen de pelikanen zomaar in het rond. Ik besluip een kormorant, bespied een sidderrog en snijd voorzichtig cactusvruchten los. Eén dag nemen we in eigen hand: een jeep rijdt ons Kaneelbaai uit, naar de andere dus geheimzinnige kant van het eiland. Na twee uur bereiken wij Cala-bash Boom, dat - begrijp ik eindelijk - Hollands is voor 'kalabasboom', de inheemse gourd-tree. Daarmee stuit ik op geschiedenis, tref verlaten, overgroeide suikerplantages aan en verzeil, eenmaal teruggekeerd, in oude boeken. Daar staat te lezen wat op het eiland zelf verzwegen wordt.

Een verhaal.
Op 13 november 1733 kwamen de duizend zwarte slaven van Sint Jan in opstand. Zij verjoegen of vermoordden de blanke planters, die felle weerstand boden. Deurlo, De Wit, Zytsema en Beverhout waren daarbij. De slaven, geleid door de hoofden van hun stam, de Amani, weerstonden de aanvallen van het Deense leger en ook van Franse mariniers, tot eindelijk een invasieleger hen na zes maanden in het nauw dreef. En toen dan de opstandelingen waren ingesloten, wierpen driehonderd zich van de rotsen, de leiders van Amani stonden in een kring en met hun laatste geweer schoten ze elkander dood. Geen monument gedenkt dat, de eilanden vieren nu het feest van de vijftigste verjaardag van het Amerikaans bewind. Blank en zwart zijn hier gelijk, verzekeren mij blank en zwart steeds weer. Maar blank is de benoemde gouverneur, blank zijn de ondernemers op het eiland. Zwart is de meerderheid, die zijn eigen verleden nog niet kennen mag en dus zijn eigen toekomst niet bepalen kan.

Zo is er armoe en onwetendheid. Maar kan ik het helpen, kunnen zij het, dat dit alles wegvalt voor een paradijselijk heden?