De FBI, de federale recherche, heeft op de universiteiten detectives ingezet die zich voordoen als studenten om liefst in vooruitstrevende kringen betrekkingen aan te knopen. De bedoeling is ditmaal niet om staatsvijandige elementen op te sporen. De jacht op 'on-Amerikaanse' personen is weliswaar niet geheel en al van de baan, maar er doet zich nu in dezelfde hoek een belangrijker vijand voor, op het moment nog meer gevreesd dan communistische infiltratie en door nog steeds dezelfde vervolgers. De nieuwe dreiging wordt gevormd door de psychedelica, de bewustzijnsverruimende middelen. LSD is het meest berucht en het meest recent. Amfetaminen, wek-pillen, worden door studenten gebruikt ter opwekking voor de blokkers of ter verdoving voor de dromers. Maar veruit het meest verspreid is marihuana. Minstens een kwart van de studenten heeft wel eens een marihoe-sigaretje geprobeerd, misschien een tiende rookt het geregeld. Daar moet de FBI op af! Desnoods vermomd met baard, in spijkerbroek en op gympies; in studentendracht.

Ongeveer tezelfdertijd werd bekend dat een aantal studentenleiders in dienst stonden van de CIA; enige tijd daarvoor bleek dat een studiegroep van Michigan State University in Vietnam onder het regime van Diem diende als dekmantel voor diezelfde geheime dienst. Student en maatschappij komen elkaar eindelijk nader. Het probleem van de werkstudent nadert zijn oplossing als een student zijn brood kan verdienen door in regeringsdienst voor zichzelf te spelen en tegelijkertijd als geheim agent nog iets aan zijn voortgezet onderricht kan doen. Het maatschappelijk engagement van zo een geheim student is soms heel innig: Een stille van de FBI verloofde zich met een meisje en vroeg haar na verloop van tijd hem wat marihuana te bezorgen. Toen het kind met het verboden gras kwam aanzetten, arresteerde hij haar en haar vriendjes wegens handel in verdovende middelen. Uiteraard verbrak hij daarna zijn verloving met de delinquente.

Marihuana is het snoepgoed van de nieuwe generatie. Zoals aan alles wat lekker is en de gebruiker een gevoel van welbehagen geeft, worden aan marihuana grote gevaren toegeschreven. Suikergoed schaadt kiezen en beendergestel, roken verkankert de longen, drank ruïneert de lever en liefde belemmert de prestaties in studie en sport.

Alles wat genot geeft, schaadt de mens, althans volgens het slag mensen voor wie genot zelf in wezen onverdraaglijk is. Die vermeende of reële schadelijke effecten vormen nog geen reden om een middel te verbieden. Niet in een maatschappij van grote mensen tenminste. Bovendien loopt zo'n verbod altijd op niets uit. Bijvoorbeeld de uitbanning van alcohol: De grote drooglegging van de jaren twintig werd in de Verenigde Staten een grandioze mislukking. Amerika dankt er zijn gezelligste kroegen aan, voortgekomen uit de speakeasies, waar in het geheim geschonken werd, de gangsters hebben in het illegale drankverkeer geleerd hun vak groot op te zetten, een menigte gretige drinkers hield aan de droge tijd een ongeneeslijke hang naar drank over en is sindsdien alcoholicus.

Wijs geworden door al deze averechtse gevolgen heeft de regering na veel politieke strijd de drankverkoop weer toegestaan en legde hem aan banden, van staat tot staat op verschillende manier. Wijs geworden is wat veel gezegd. Want in Amerika, net als in het overzeese gebiedsdeel Nederland, voert de politie een hardnekkige en even vruchteloze als schadelijke strijd tegen de marihuana, Indische hennep, cannabis sativa. Een vriendelijk kruid: de gedroogde blaadjes, fijn gesneden en als shag tot een sigaretje gerold, worden gerookt door miljoenen. De meer gevoelige karakters raken er opgewonden van, vrolijk, treurig, praatziek of juist heel stil. In elk geval, het haalt ze uit de zorg van alledag. Een zegen dus, zo te horen. Want zolang niet iedereen een huispsychiater heeft en zolang het leven op aarde blijft zoals het is -nogal eens teleurstellend - zolang wil iedereen er op zijn tijd wel eens uit. De een met vijf glazen jenever, de ander in zijn sportwagen, de jeugd van het avondland met marihuana.

Dus bel ik Mary Rose, die na tien keer bellen eindelijk de hoorn opneemt en duidelijk niet helemaal thuis is. Zij is zoals dat heet stoned, versteend, of high, hoog, of: in een roes. In elk geval heeft ze een plezierig weekend, dat blijkt uit alles. Ze heeft het verdiend ook, want ze werkt als redactrice bij een blad dat Confidenties heet en waarin vrouwen vertellen hoe zij hun man van kant hebben gemaakt, hoe hun zoon veertien rode kruissoldaten wurgde of hoe hun nicht in een kalf veranderde. Dan wil Mary Rose op haar vrije zaterdag wel eens wat anders: Pot, marihoe, kinab, kemp, banga, hasjish, kief, weed, gras, thee, het spul, of al die andere koosnaampjes die in zwang zijn voor dat ene genotmiddel marihuana.

Niemand van Mary Roses vrienden zal haar iets kwalijk nemen. Dat zou ook ongepast zijn, want bijna iedereen is zelf gebruiker. Veruit de meeste rokers zijn jonge, oppassende, harde werkers van goede familie. Het zondige genot vindt dan ook plaats op een heel aards niveau. 'Wat doet Joe?' 'Die zit in zijn kamer en rookt.' 'O.' Aanvaard, vanzelfsprekend, normaal, natuurlijk, doodgewoon, algemeen. Joe rookt geen sigaretten, dat begrijpt iedereen, want daar krijgt hij kanker van, dat is nu zo onomstotelijk dat het zelfs op de pakjes staat gedrukt, Joe rookt een reefer.

Dat wordt door iedereen aanvaard, behalve door de politie, door de rechters en door de officieren van justitie. Die reizen de halve wereld af om iets kwaads van marihuana gewaar te worden, zonder ander resultaat dan een mooie vakantietocht voor de betreffende expert. Er is een enkele professor in de weetnietkunde of een drogist door ijverige zelfstudie opgeklommen tot hoogleraar in de farmacologie die van alles te beweren heeft over de gevaren van marihuana dat óf volstrekt onwaar is óf geheel en al onbewezen. Maar zelfs als de oude mannen hier en in het dodenrijk Holland alle nadelen van marihuanagebruik hebben uitgeschilderd, kan de enige conclusie slechts luiden: als alcohol of nicotine maar half zo onschuldig waren, zag de wereld er een stuk beter uit.

Marihuana wordt door misdadigers aan de man gebracht, piept een juridische grijsaard. Wat hij vergeet, is dat hij zelf eerst de handel in dat goedje heeft verboden en tot misdaad heeft gemaakt. Dat geeft de gangsters een kans om zich in te dringen en om te proberen met de marihuana andere, wél levensgevaarlijke giften aan de man te brengen: cocaïne, heroïne. Het was ook de drooglegging die de Maffia in de caféwereld bracht en die drank en prostitutie aaneen koppelde.

Zo leeft een groot deel van Amerika's meest belovende jeugd buiten de wet. Zonder veel kopzorg overigens. Het is de wet die de aansluiting mist. Net als toen radiobezit zonder geldige luistervergunning ('met serieletter K...') verboden was en net als met de naoorlogse manie van smokkel in parfum en sigaretten. Iedereen doet het toch, straffen helpt niets, het verwoest alleen de levens van overigens oppassende staatsburgers.

Ten lange leste past de wet zich aan. Het is een mens slechts zelden gegeven helder in de toekomst te kunnen zien. Maar één generatie verder zullen de kinderen op school bulderen van de lach als ze horen dat volwassen mannen andere volwassen mannen achtervolgden, arresteerden, veroordeelden en voor vijf of tien jaar opsloten, enkel en alleen vanwege hun voorkeur voor een bepaalde soort rookwaar. Kinderen hebben nu eenmaal een grof gevoel voor humor.

Natuurlijk wordt marihuana ooit nog eens vrijgesteld. Vanzelfsprekend komt een dag dat ook de voor de hand liggende oplossing voor het gebruik van LSD wordt gerealiseerd: net als met zweefvliegen, dat ook niet zonder gevaar is, worden verenigingen van regeringswege goedgekeurd, nieuwe leden moeten medisch en psychiatrisch worden onderzocht en krijgen gedurende een proeftijd geleidelijk grotere doses LSD (meer vlieguren) tot ze verantwoord aan zichzelf kunnen worden overgelaten. Wacht maar, zo zal het gebeuren.

De situatie lijkt nu nog somber. Zelfs voor marihuana. Geen politicus verdedigt nog in het openbaar het vrij gebruik. Dat hoeft ook niet. Een kwart van alle kiezers is nu jonger dan dertig jaar, dat zijn dus alleen nog maar de twens. Over tien jaar vormen de kiezers onder de vijfendertig jaar de meerderheid in Amerika. Voor hen is marihuana een genotmiddel als alle andere, een middel dus dat ongevaarlijk is zolang het met verstand gebruikt wordt. Het verbod is voor de jonge kiezers iets van oude mensen en dingen die voorbij gaan. Binnen tien jaar is marihuana aanvaard. Dan kunnen de inhaleerders eindelijk onbezorgd uitblazen.