Verschanst achter de ontoegankelijke bergketens van de Rocky Mountains ligt in het noordwesten van de Verenigde Staten de staat Washington. Een land van appels, peren en pruimen, melk en boter, bossen en beekjes. Maar in de zomer is het binnenland een geblakerde vlakte waarover een hete wind blaast. Kleine wervelstormpjes rukken aan de struiken en tillen een zuiltje zand omhoog, tien meter verder staan de bomen roerloos. De weg worstelt over kilometerslange passen door het Cascadegebergte en bereikt dan Seattle, een havenstad, ver van de zee, aan een baai die met honderd fjorden en landtongen uitloopt in de straat van Juan de Fuca, naar de Grote Oceaan, de Stille Oceaan, de Pacific, voor ons, van de Atlantische kusten, de andere kant van de wereld. 

Amerika's commercie en de gestroomlijnde vormen van de massaproductie zijn hier nog niet helemaal doorgedrongen. Misschien omdat Washington een uithoek is, begrensd door de zee, Canada in het noorden, afgesloten door de hooggebergten in het oosten. Misschien omdat het een nog tamelijk jonge staat is, ver van de grote zakencentra. De Amerikaanse reuzenconcerns hebben de steden en dorpen in Washington nog niet kunnen steken in het uniform van Coca Cola, Chevrolet, Esso en Howard Johnson. De dorpjes hebben nog een rest van eigen karakter en dat is het meest te danken aan de gevels en de interieurs van winkels en cafés: de reclameborden en de winkelinrichtingen die over heel Amerika aan de middenstand worden opgedrongen, ontbreken hier, en elke zaak draagt het karakter dat de eigenaar eraan gegeven heeft. Zelfs het doorwaaide stadje Ellensburg, vergeten in de vlakte, heeft een interessante straat waar de blik van de reiziger blijft hangen aan het krullerige interieur van een kapperszaak met verweerde spiegels, roodleren stoelen en koperen voetsteunen of bij de potten en pannen van een eethuisbaas die - hoe is het mogelijk - nog zijn eigen soep kookt. 

Seattle heeft de viaducten, de wegen en de sporen, de hoge gebouwen en de parkeermeters van elke Amerikaanse stad, maar de Chinezen, Japanners en Philippino's hebben daarnaast vastbesloten hun eigen omgeving opgetrokken. Langs de havenkaden en op de markt is voor het eerst weer een opgewekte chaos toegestaan. Reusachtige vissen liggen terug te staren naar de koper, onbekende kazen, vreeswekkende kruiden, tweedehandskleren doorbreken voor één keer het ritueel van voorverpakte, afgewogen en ingevroren waar. Maar zelfs hier is al een enquête aan de gang om de klanten hun motieven te ontfutselen en dan gezwind daarop een nieuwe supermarkt te bouwen. Nog even is er ruimte voor dwazen: voor een oude Griek die zijn piepkleine bar heeft volgestouwd met gedroogde boeketten, waarin de portretten van Castro, Chroestjow en Johnson. Hijzelf is gefotografeerd met een laken om, als filosoof: alles komt terecht, leert hij, alleen het geld moet afgeschaft en de mensen moeten leven als de bijen, in ijver, broederschap en vrede. Dat niemand daar nog aan gedacht heeft, zoemt de wijze. Die avond is er in Seattle een grote parade naar zeer Amerikaans gebruik. Over de grote boulevard marcheren alle drumbands uit een omtrek van tweehonderd mijl. Voorop gaat de majorette: tienerkoningin, miniheerseres, in een zilver paillettenpakje met tutu, blote benen in hoge witte laars j es en met een kolbak op; zij danst en draait met haar benen hoog, werpt een staf tollend de lucht in en vangt hem weer op tussen haar benen door. Soms passeert een heel escadron van deze animeersters, die god weet waarom in dit puriteinse land zijn toegestaan en zelfs verzonnen.

Er zijn praalwagens met zweverige fantasieën in pasteltint naar hooggegrepen thema's die mij stuk voor stuk ontgaan. Op de wagens staan schoonheidskoninginnen in gouden avondjurken, vastgebonden aan een stok ter ondersteuning. Daartussendoor marcheren de dwazen van Amerika's traditie: leden van gezelligheidsverenigingen, mannen op middelbare leeftijd die zich Indiaans, Arabisch of krijgshaftig hebben uitgedost. De Oude Houtvesters, de Tempelieren van de Nijl. Grote welgedane kerels in kinderpakken. De Philippino's komen met een drumband waarachter een groep tamtam spelers. De marine heeft een detachement geleverd dat met de bajonet op het geweer levensgevaarlijke sier-exercities uitvoert. La Senorita's Drill Girls doen niets anders dan heel hard stampend op de maat voorbij lopen met kleine zaklantaarns in de hand. Maar zij hebben hun naam mee en soms zichzelf. De prijs gaat naar een groep meisjes in majorettekostuum die over de hele route een stotend en springend jazzballet vertonen. Nadat de Ieren en de Chinezen, en alle andere volksgroepen en wijken en voorsteden en alle bevriende steden zich hebben laten zien, stappen wij in en rijden zuidwaarts, langs de rotskust, rakelings langs afgronden waar onderaan de oceaan likt, door een koel en mistig landschap, naar San Francisco.