In 1791 werden in de pas gevestigde Republiek der Verenigde Staten van Amerika tien amendementen op de grondwet aangenomen, tezamen vormende The Bill of Rights: een opsomming van de fundamentele burgerrechten. Nu, anderhalve eeuw later, is dit document grondslag van het Amerikaanse recht en is het nagevolgd in vele nadien geschreven constituties over de hele wereld.
Uit volgende amendementen en uit een traditie van rechtspraak, geleid door het Hoge Gerechtshof, ontstond geleidelijk een stelsel van rechtswaarborgen dat de burger beschut tegen de staat, de minderheid beschermt tegen de meerderheid en de enkeling tegen de massa.

Heel weinig landen - misschien Engeland -kunnen wijzen op een vergelijkbaar juridisch monument: de gezamenlijke scheppingsarbeid van rechtsgeleerden, staatslieden en bovenal van de enkeling die hardnekkig stond op zijn recht, onomkoopbaar en niet te intimideren.

Tot op de dag van vandaag bouwt Amerika deze rechten verder uit. De honderdjarige strijd voor rassen-gelijkheid werd, althans in rechte, gewonnen in 1954 methet vonnis dat naar ras gescheiden doch gelijkwaardig onderwijs onwettig verklaarde: het 'separate but equal' had afgedaan. Jonger nog zijn de nieuwe regels ter bescherming van arrestanten tegen politiegeweld en het recente verbod voor de politie om af te luisteren per telefoon of met verborgen microfoon.
De Nederlandse rechtsbescherming van de burger blijft daarbij ver ten achter.

Maar één oorzaak die dreef tot vervolmaking van de wet, was in Amerika de wantoestand van de praktijk. De arrestant behoefde bescherming van de hoogste wet, omdat hij weerloos was tegen de laagste politieman. Zelfs nu nog is de politie in Amerika vaak om-koopbaar en dikwijls onbeschoft of gewelddadig. Een chef dekt zijn mindere daarbij maar al te vaak. In de tijd van grootscheepse immigratie broeide corruptie vooral onder de politie in grote steden, waar een groot deel van de bewoners de taal niet sprak, nooit in een rechtsstaat had geleefd en dus weerloos was. Sinds de Tweede Wereldoorlog spant het lokaal bestuur zich tenminste in om de wantoestanden te bestrijden. Maar in het diepe zuiden laat het plaatselijk gezag de politie vaak begaan om de schrik erin te krijgen en zo de 'nikkers op hun plaats' te houden.

Om het oordeel af te ronden, oppervlakkig en algemeen: In Amerika zijn de burgerrechten het best gewaarborgd door de wet en niet zo veilig bij de ambtenaar. In Nederland is het eerder omgekeerd, daar zijn de burgerrechten niet alle in een wetstekst uitgespeld, maar worden ze door ambtenaren meestal geëerbiedigd.

In de Eerste Wereldoorlog werden in de VS de dienstweigeraars in kampen opgesloten en vernederd en mishandeld in strijd met alle regels van de constitutie. Uit de verontwaardiging over deze rechtsschending ontstond een beweging die uiteindelijk vorm kreeg in de American Civil Liberties Union, de bond voor burgerlijke vrijheden. Deze organisatie telt nu 75.000 leden en heeft overal in Amerika steeds de verdediging op zich genomen van verdachten die in hun grondrechten gekort waren: Dienstweigeraars in de Tweede Wereldoorlog, communisten in het McCarthy-tijd-perk, fascisten en leden van de Ku Klux Klan in de jaren zestig. Maar ook langharige tieners, geweigerd op school of op hun werk, atheïsten wier kinderen voot de les gedwongen werden om te bidden, Jehova's getuigen die verplicht werden in militaire dienst te gaan, verliefden wier correspondentie door zedenmeesters bij de PTT geopend werd, uitgevers getroffen door inbeslagneming, officieren tekort gedaan in de militaire rechtspraak. De ACLU kiest geen partij, streeft alleen goede rechtsgang na en de bescherming van de individuele grondrechten. De leden, onder wie vooraanstaande rechtsgeleerden, maar meest gewone burgers, brengen het geld bijeen om advocaten te huren, rechtskundig onderzoek te doen en rapporten te publiceren. De ACLU brengt ook nieuwe ontwikkelingen op gang. Vaak in samenwerking met de NAACP, de grote organisatie van de negers, of met de vakbonden, maakt de vereniging proefprocessen aanhangig en lokt uitspraken uit.

Daarmee raakt de rechtspraak betrokken in de politieke strijd. Dat lijkt gevaarlijk, maar in feite bedrijft een rechter die zich uitspreekt over de uitsluiting van negers, over dienstweigering, of over het ontslag van stakers toch al politiek. Rechtspraak is ook een manier om politieke strijdpunten op te lossen. De activiteit van de ACLU verzekert dan dat ook het standpunt wordt gehoord van de partij die niet beschikt over batterijen advocaten.

In Amerika kan de rechter de wet in strijd verklaren met de grondwet en dus ongeldig. In Nederland mist de rechter die bevoegdheid, hij kan alleen gemeenteverordeningen en andere lagere regels terzijdestellen. Dat zou dus de werkwijze van een Nederlandse organisatie ter bescherming van de grondrechten ingrijpend anders maken, maar in het geheel niet onmogelijk. Een organisatie als de American Civil Liberties Union is in Nederland ook dringend nodig: denk aan de behandeling van de boeren die weigerden hun contributie aan het landbouwschap af te dragen, aan de wonderlijke wegen van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, de ondeugdelijke procedure voor het opnemen van krankzinnigen. Een dergelijke organisatie lijkt in Nederland onmisbaar geworden nu in de laatste jaren de toch al onvolmaakte wet onveilig blijkt in de handen van het lagere bestuur.

Met ontstellende regelmaat schendt de politie grondbeginselen van de rechtsbescherming bij de ordebewaring tijdens opstootjes die in ernst ver verwijderd blijven van een nood die wetten breekt.

Het laat zich aanzien dat de instandhouding van het recht ook in Holland niet kan worden overgelaten aan de regenten. Een vereniging voor rechtsbescherming die zijn talrijke leden kan informeren en bij de rechtsvorming betrekken, zou de verantwoordelijkheid voor de grondrechten weer leggen waar die uiteindelijk ook in het Nederlandse stelsel hoort, bij de burgers zelf.