NRC 2 september 1995

Ruim een maand geleden had ik het onder de kop 'Zijn wij laf?' over de aftocht van het Nederlands VN-bataljon uit Srebrenica. Toen al was duidelijk dat de Nederlandse troepen niet trouw gebleven waren aan hun opdracht om de burgers van dat stadje te beschermen. Dat was beschamend, voor die soldaten, voor het Nederlandse leger, en voor al die anderen die erop aangekeken worden: de Nederlanders.

Sindsdien blijkt het allemaal veel erger. Tegen alle instructies is een verklaring ondertekend waarin het optreden van de Bosnisch-Servische krijgsbende als correct gekenschetst werd: dezelfde troepen die eerder duizenden gevangenen mishandeld en vermoord hadden en die op dat moment of even daarna alweer aan het moorden sloegen, met medeweten van Nederlandse militairen die daar later over zouden liegen.
Overste Karremans hief het glas met zijn tegenstander en broeder in de wapenen, Mladic, die zich van deze ontmoeting repte naar het kamp waar de Bosnische mannen - wederrechtelijk - werden vastgehouden. Hij hield daar elke dag voor de bijeengedreven gevangenen heftige toespraken waarin het ging over broederschap en ook over festijnen van bloed. Die kwamen er: de mannen die daar op appèl stonden werden een paar dagen later in vrachtauto's weggevoerd en met mitrailleurs afgemaakt; hun lijken werden in een grote kuil gegooid. Een verrassing kan dit voor niemand geweest zijn, Mladic en zijn knechts deden wat ze telkens gedaan hebben als ze de kans kregen. Door het tribunaal van de Verenigde Naties is tegen Mladic wegens oorlogsmisdaden een arrestatiebevel uitgevaardigd. Overste Karremans hield voor de wereldpers en in het bijzijn van generaal Couzy en minister van defensie Voorhoeve een lofrede op deze Mladic. Alledrie, herstel, alle vier, zijn nog in functie.

Maar, zegt nu een vergoelijkende stem, het ging daar in Srebrenica allereerst erom bloedvergieten te voorkomen. Nee, want het was voorspelbaar dat de Bosnisch-Servische bendes een bloedbad zouden aanrichten onder de burgers van Srebrenica. De bedoeling was dus om de Nederlandse soldaten te beschermen, desnoods met opoffering van de burgers die zij beschermen moesten.
Wie Nederlandse jongens onder zo bedreigende en ondoorzichtige omstandigheden erop uit stuurt accepteert een risico en wie - vrijwillig - daarheen gaat aanvaardt datzelfde risico. Brandweerlieden of politieagenten komen regelmatig voor zulke situaties te staan. Maar het komt in Nederland niet voor dat de brandweer bij een uitslaande brand maar weer inrukt omdat het te heet wordt. Af en toe raken spuitgasten en politiemensen gewond en een enkele keer komt er een om. Dat zijn nu eenmaal de gevaren van het vak. De enige overheidsdienst die weigert zijn beroepsrisico te aanvaarden is het Nederlandse leger.

Hoe komt dat? En hoe groot was het risico?

Het laatste eerst: die Mladic had in het alleruiterste geval misschien wel enkele Nederlandse militairen laten ombrengen. Maar hij heeft zich laten kennen als een heel voorzichtig man, met groot respect voor de geweldsmacht van de tegenpartij. Hij bevecht alleen ongeregelde, licht bewapende troepen, hij martelt en vermoordt alleen weerloze burgers. Zijn uniform blijft daar kraakhelder bij en dat maakt grote indruk op Nederlandse militairen. Maar achter het Nederlandse bataljon, dat zich zo kwetsbaar en onmachtig voordeed, stond en staat de grootste militaire macht ter wereld: de voltallige Noord-Atlantische Verdrags Organisatie, die een voorbedachte moord op haar eigen manschappen niet ongewroken zou hebben gelaten. Dat weet Mladic, en hij wist dat Karremans dat wist en Karremans wist dat Mladic wist dat hij dat wist: op zo'n moment gaat het om lef.

Die eigenschap, 'moed' dus, bleek bij alle betrokkenen in het Nederlandse leger van hoog tot laag te ontbreken, en dat tekort werd bedekt met een reeks van leugens.

Ik kan daarvoor twee oorzaken bedenken, een sociologische en een psychologische. De sociologische verklaring luidt dat het Nederlandse leger 'maatschappelijker' is geworden, 'democratischer' en ook 'burgerlijker', met meer respect voor de eigen mensenrechten en voor de waarde van de afzonderlijke militair, maar dat daarmee ook oude soldatendeugden als 'eer' en 'trouw' zijn aangetast. De huidige militairen hebben alleen vredesjaren meegemaakt, op een enkeling na die nu bijna aan zijn pensioen toe is; het leger is niet meer voorbereid op de onmiddellijke afweging van levensbelangen in een kritieke situatie, want die had zich in geen jaren meer voorgedaan.

De kwestie heeft ook een psychologische kant: de tragische genegenheid van Karremans en zijn strijdmakkers voor hoofdman Mladic. Die is, te oordelen naar zijn optreden in de dodenkampen, een psychopaat. Psychopaten zijn vaak allercharmantst: als ze niet zo'n aantrekking wisten uit te oefenen zouden ze immers hun streken niet kunnen uithalen. De psychopaat in krijgsdienst charmeert zijn wapenbroeders met een verzorgde verschijning, een schijn van zelfbeheersing, enig machtsvertoon en minzaam optreden. Juist die mengeling van overwicht en vriendelijkheid is veroverend en kan een overweldigend gevoel van onderworpen liefde oproepen. Dat wordt wel aangeduid met het 'Stockholm syndroom' en heette eerder in de psychoanalyse 'negatief Oedipaal affect': de wrede, machtige vader kan ook goedmoedig zijn; als wij nu maar heel gehoorzaam blijven zal hij zijn macht gebruiken om ons te beschermen en zal ons met zijn liefde belonen, zelfs als daar wat straf bijkomt. Juist militairen, die in hun werk een sterk gevoel voor overwicht en onderschikking opdoen, kunnen in die val lopen.

Maar wat de Nederlandse soldaten te velde en hun bureaubazen bij de VN, in de Haagse legerleiding en op het departement werkelijk bezield en gedreven heeft, dat kan pas blijken als ze gehoord worden, en dit keer dan wel onder ede.