Amerika was het land van de techniek en Europa bezat cultuur. Dat was zo ongeveer de taakverdeling die de westerse mensheid voor de continenten had gemaakt. En als dan de Amerikaanse toeristen kwamen, uiteraard met sigaar en fototoestel en een or-di-nair overhemd, dan gingen wij vlug op de stoep van onze oude kathedraal staan en medelijdend toekijken hoe weinig die Amerikanen wel van onze cultuur begrepen. Het was wel even slikken als ze na het maken van de foto's wegsuisden in hun 8-cilinder slee, maar wij hadden dan nog altijd onze kathedraal en onze paleizen, .ook al waren we er nooit of in geen jaren binnen geweest. Maar eerlijk is eerlijk, zij geld en techniek en wij geschiedenis en cultuur. De Amerikanen wilden geen spelbrekers zijn en lieten het maar zo. Ze geloofden er eigenlijk zelf ook wel in. Alleen, zo langzamerhand hingen er meer impressionisten in New York dan in Parijs. Goed dat was gekocht met een overvloed van harde dollars, kunst, met geweld. Dat zei nog niets over Amerika's cultuur. Nog een tijdje later speelden ze Shakespeare beter op Broadway dan in Londen. En er kwamen veel meer mensen kijken. Maar dat was Broadway en dat zat vol neon en bioscopen, dat telt dus niet, dat is commercie, geen cultuur, maar het begon er al wel vervaarlijk op te lijken. Dat de grootste bibliotheken in Amerika staan, dat komt natuurlijk alleen door de dollars, liefde voor de grote getallen en verzameldrift. Dat de beste universiteiten in de Verenigde Staten zijn, dat is uiteraard enkel maar te danken aan de Europese immigranten uit de jaren dertig.

Maar gastvrij was het wel. En hoe komt het dat ze dertig jaar later nóg beter zijn? Alleen maar technisch, raketten, weetje wel. Dat is geen echte cultuur. Dat is meer knutselen met computers. Computers ! Zodra ze overweg konden met het toetsenbord begonnen bijbelgeleerden aan een computeronderzoek naar het auteurschap van de Pentateuch, anderen zochten naar de geheime grondslagen van het schaakspel door het met de machine uit te spelen. Psychologen ontrafelden de motieven voor zelfmoord, taaigeleerden onderzochten gewoonten in het taalgebruik. Bijbel, schaak, zelfmoord en taal, met cultuur heeft dit alles niets van doen: de Amerikanen weten er niets beters mee uit te richten dan optellen en aftrekken, ze willen alles uitrekenen met machines. Het doet er niet toe wat er uit komt, ze missen het wezen van de taal, het wezen van de dingen. Want het wezen is van ons, van Europa.

En zo ploeteren we voort. Elke overwinning van de Amerikanen, elke nieuwe vondst die daar gedaan wordt, als het maar even raakt aan de cultuur wordt in Europa snel een excuus verzonnen om het uit te schakelen. Telkens wordt Amerika's beschaving terugverwezen naar de Hema, de Europese hoort in de Bonneterie. Amerika is vulgair, Europa is beschaafd. Zo moet het blijven, maar het wordt wel moeilijk om er steeds nieuwe argumenten voor te verzinnen. Het is niet alleen moeilijk, het is onmogelijk. Ergens tussen het eind van de Tweede Wereldoorlog en nu is de balans doorgeslagen. Zoveel geld en zoveel groei sleurden op een gegeven ogenblik in Amerika kunsten en wetenschappen mee omhoog. Nu is Amerika een land van techniek én van cultuur en Europa een continent van spijt.

De Amerikanen weten het nog niet van zichzelf en niemand moet het ze ook maar vertellen. De Amerikanen zijn er nog steeds van overtuigd dat ze vulgair zijn.

Ze hebben altijd meer geloofd in het beeld dat Europa van ze gaf dan in wat ze met eigen ogen van hun land konden zien. Dus is het land waar 's werelds leidende componisten en orkesten resideren onmuzisch. En dat is ook zo, want uit hetzelfde land komt de jazz en de rock 'n roll (de eerste zelfstandige uiting van massacultuur), waaruit dan weer kunstvormen zijn gegroeid die Bob Dylan, Ella Fitzgerald en Frank Sinatra nu bedrijven. Het land met de grootste musea, de rijkste bibliotheken en de mooiste universiteiten is platvloers, want eens in het jaar worden de donateurs ontvangen en - precies - dat zijn dikke zakenmannen, die met hun sigaar in hun mond praten, met as op hun revers en roos op hun schouders.

Nog steeds trekken de Amerikanen op bedevaart naar Europa's kunststeden, zij storten bijdragen voor de heropbouw van Florence, zij wonen voor een leerjaar in de cultuurkribbes van Parijs, Londen en Rome. Maar de grootste concentratie van wetenschap en kunsten ligt aan de andere kant van de oceaan, in New York en ommelanden.

Zoveel gebeurt er in Amerika, dat zelfs als iedereen maar aandeed op goed geluk en zonder inzicht, dan nog moest uit die veelheid zelf door toevalstreffers alleen al het materiaal voor een nieuwe cultuur ontstaan. Maar het wetenschappelijk en artistieke streven in de VS is heel gericht, niet zozeer op een eigen nationale cultuur, maar op een veel algemener beschaving; te algemeen om nog westers te kunnen heten. Het is de cultuur van de stadswereld in alle landen die de aarde langzaam omvormt in een wereldstad.