Abram de Swaan. Onder de zon. Bij de hooglanders van Papoea-Nieuw-Guinea. De Gids, 166, pp. 820- 838, 2003

Verder dan Papoea-Nieuw-Guinea kan een westerling niet reizen. In vliegkilometers of zeemijlen gemeten zijn er nóg afgelegener gebieden, maar menselijkerwijs gesproken kan een land niet vreemder zijn dan Niugini. Ik had er niets te zoeken. Mijn reis was geheel belangeloos. En dat is meer – en minder – dan je kunt zeggen van handelslui, volkenkundigen, missionarissen, grootwildjagers, beeldenkopers, of zelfs journalisten. Ik wilde niet eens, zoals de schaarse toeristen, geamuseerd of verrast worden. Ik had het omgekeerde voornemen: niet verrast te worden. Zoals het jongetje dat niet griezelen kon, zo zou ik me niet laten verbazen. Ik wilde me niet te gauw vergapen aan een tooi van paradijsvogelveren of aan een bot door het neustussenschot. Om mij toch een houding te geven en mijn reis een reden, zei ik tegen mijn Australische kennissen dat ik in de binnenlanden kunst wilde gaan kopen. Ik vermoedde toen al dat ik die beter en goedkoper kon krijgen bij de missiebroeders in Sydney. Toch vond ik achteraf mijn redenen, die mij nu, al weer een tijd later, afdoende lijken. Lees meer